Tilburg Virtueel

...een periodiek dat permanent verschijnt...

Jacob




JACOB
Jacob schilderde. Hij zat in het zonnetje en schilderde de mooiste huizen en kastelen. Hij zou natuurlijk ook wel andere dingen kunnen schilderen, maar dit deed hij het liefste: fantasielandschappen maken. Als er eens iemand langsliep zeiden ze dikwijls: ‘Goh, in zo’n huis zou ik ook wel willen wonen’. Dan was Jacob trots en begon gauw aan het volgende bouwwerk.

Op een dag was hij bezig aan een soort paleis, toen er een man in een grijs pak langskwam. De man bekeek Jacobs verrichtingen enige tijd zwijgend en maakte enkele notities in een zwarte map. Jacob werd er een beetje zenuwachtig van. ‘Hoelang doet u dit al?’ vroeg de man. ‘Bent u professioneel bezig?’. ‘Dat weet ik niet’, antwoordde Jacob. Hij zat hier tenslotte zomaar wat te schilderen in de zon en had over deze dingen nog nooit nagedacht. ‘Maar wat vindt u van dit paleis?’ vroeg hij om het ijs wat te breken. ‘Het is niet aan mij daarover te beslissen’, zei de man. ‘U zult nog van mij horen’, bromde hij en verdween.

Korte tijd later kreeg Jacob weer bezoek. Ditmaal had de man twee collega’s meegenomen, ook mannen in grijze pakken. Zij stelden zich voor als medewerkers van De Centrale, een organisatie met als doelstelling het bevorderen van de leefbaarheid en landschapsverbetering. Jacob hoopte dat ze gauw weg zouden gaan, want het was mooi weer en hij wilde verder, want hij had juist een villa met een vijver in gedachten, maar hij wilde niet onbeleefd zijn. Hij luisterde dus maar naar hun betoog. ‘Er is een mooie toekomst voor je weggelegd, Jacob. Wij hebben precies de betrekking die jij zoekt’. ‘Maar ik zoek eigenlijk helemaal geen....’, zei Jacob nog, maar de man luisterde niet en begon samen met zijn grauwe collega’s Jacob ervan te overtuigen dat hij op deze manier zijn talent aan het vergooien was en dat hij aan zijn toekomst moest denken. Al snel ging Jacob overstag, ook vanwege de mooie auto die hij zou krijgen, als hij zich binnen het bedrijf bewezen had.

En zo begon hij aan zijn carrière als ontwerper. Hij bracht zijn dagen door in het kantoor van de Centrale en ontwierp de mooiste gebouwen. Hij zou eigenlijk liever buiten hebben gezeten, maar hij wist dat dit voor zijn eigen bestwil was. Hij moest het er maar voor over hebben, vond hij, hij moest tenslotte aan zijn oude dag denken en dat geschilder in de vrije natuur leidde tot niets. Bovendien kon hij hier opklimmen tot een hogere functie.

Op een dag zat hij bleekjes achter zijn tekentafel, op de been gehouden door de nodige koffie, toen hij bij de directeur werd geroepen. Die wond er geen doekjes om. ‘Het is niet dat je input niet voldoende is, maar qua Defining-The-Costumers-Experience-Commitment scoor je net iets te weinig op de targetoutputscale. Derhalve zijn wij dan ook genoodzaakt over te gaan tot een stukje downsourcing, waarbij wij je niet langer kunnen maintainen binnen onze company’ sprak zijn meerdere afstandelijk. ‘We zullen je derhalve moeten embedden in een outplacementtraject met inlevering van alle opgebouwde emolumenten en secundary benefits’.

D
ie dag nog verliet Jacob de Centrale.

Toen hij naar buiten liep, knipperde hij met zijn ogen tegen het felle zonlicht en zag plotseling dat hij in het landschap stond dat hij zelf ontworpen had. Dat was hem nog niet eerder opgevallen, hij ging altijd in het donker naar kantoor en kwam pas ’s avonds laat naar buiten om dan uitgeput tegaan slapen. De company had niet stilgezeten. Overal om hem heen zag hij de mooiste huizen en kastelen en tuinen. Ondanks zijn afvloeing was hij wel blij dat hij weer buiten was en begon zijn schildersspullen uit te pakken. Juist toen hij wou beginnen, stopte er plotseling een auto voor hem. Er stapten twee agenten uit. ‘Wat moet dat hier?’ vroeg de ene nors. ‘Het is hier eigen terrein, als je wilt knutselen doe dat dan daar maar’, zei de andere en hij wees in de verte. De agenten begeleidden hem naar een groot hek en voor hij het wist stond hij buiten het terrein in een landschap vol grauwe flats en fabrieken. ‘Wees maar blij dat we je niet opgepakt hebben wegens landloperij’, riep de ene agent nog. En daar ging Jacob dan, met zijn schilderskoffertje, de wijde wereld in.

Frans van der Meer