Tilburg Virtueel

...in cultuurbreedste zin

Het kippenhok der ijdeltuiterij 

“Vorige week heb ik mij laten verleiden om een column te schrijven over de dreigende sluiting van de pollepel, voor een benefietavond om desbetreffende toko open te houden. Nu hou ik eigenlijk helemaal niet van columns. Het is zo’n typisch Nederlands verschijnsel, waarin je probeert aan te tonen dat de wereld dom is en jijzelf er met kop en schouders bovenuit steekt. Het valt helemaal niet mee om iets over de werkelijkheid te schrijven dat meer is dan een potsierlijke uitspraak is over jezelf. Het is vrijwel onmogelijk een mening te hebben zonder een deel van de werkelijkheid te ontkennen.


Als kunstenaar is het een vraag die ik mezelf regelmatig stel. Kan ik iets over de werkelijkheid zeggen en daarbij het particuliere overstijgen. Of voeg ik alleen maar wat toe aan het kippenhok der ijdeltuiterij? Ja. Ik geloof dat het kan. Kijken naar de wereld zonder dat je blik wordt gefilterd door je eigen geiteneukerige kleinzieligheid, je winst- en verlies berekeningen en je armetierige verwachtingen.”

Ooit was er een Pater. Een Pater die had geleerd om niet met zijn ogen, maar met zijn hart naar de wereld te kijken. Een pater die begreep dat je jezelf schaamteloos kunt verrijken door te geven aan een ander. Een geestelijke die doorhad dat het saldo van je hart niet daalt maar stijgt als je liefde geeft. Een geniale boekhouder van de ziel.

Tilburg heeft de geschiedenis niet veel grote helden gegeven. Maar deze stad, die bekend is om zijn armoede en zijn middelmatigheid heeft ten minste twee engelen voortgebracht. Peerke Donders en Pater Poels. Peerke gaf zijn hart aan Suriname, Poels gaf het aan Tilburg. Het is de plicht van Tilburg om dat hart levend te houden.

Maar ja. Er is geen zorgpolis voor dit hart afgesloten. Wie moet het dan doen? Wij, de burgers? Dan zijn we dus aan de ene kant aan het demonstreren tegen de neoliberale harteloosheid, terwijl we aan de andere kant precies doen wat de architecten van de participatiemaatschappij willen: de verantwoordelijkheid overnemen van de overheid.

De gemeente, dan? De gemeente heeft verstand van cijfers. Een hart heeft liefde nodig. Wat kost dat dan, liefde? En kan er een beleidsplan komen voor het geven van gemeentelijke liefde over de komende vijf jaar? Heeft de ontvanger van liefde wel een solide ondernemingsplan? En kunnen we zwart op wit aantonen dat het hart in kwestie niet gewoon een smerige parasiet is?

Bij de gemeente werken veel beleidsmakers en boekhouders. Het hart is oncontroleerbaar, eigengereid en wispelturig. Dit zijn factoren waar je moeilijk rekening mee kunt houden in je boekhouding of beleidsplan.

Misschien moeten beslissingen van het hart vaker genomen worden door kunstenaars. Een kunstenaar is soms in staat beslissingen te maken met zijn gevoel, die hij met zijn hoofd nog niet kan onderbouwen. Gewoon omdat hij weet dat iets nodig is. Bezielde paters mogen het hart wat mij betreft ook reanimeren. Laat de boekhouders er nu in ieder geval even buiten. Maar ach, kan een kunstenaar als ik een mening hebben zonder de werkelijkheid van de boekhouder te ontkennen?