Tilburg Virtueel

...in cultuurbreedste zin

Herinneringen aan Joseph (Joke) Hollander

Kort na zijn dood, op 26 februari 1993, namen een paar Tilburgers het initiatief om een monumentje voor Joseph Hollander op te richten. Met hem was per slot van rekening een van de bekendste Tilburgers heengegaan.
`Zot Joke' zeiden de mensen. Niet uit kwaadaardigheid, de wijze waarop die bijnaam uitgesproken werd, had eerder iets vertederends. 


Kennelijk liep 'Zot Joke' al sinds de oorlog door Tilburg. Hij was een zoon uit een joodse familie uit de Koningswei. Zijn moeder, Anna Verbruecken, echtgenote van Abraham Hollander, beviel van haar zoon Joseph op 21 maart 1915, waardoor men kan uitrekenen dat deze Tilburgse stadswandelaar bij zijn dood bijna 78 jaar was. Hij was het zevende kind uit een gezin van twaalf en in Tilburg wordt beweerd dat heel dat gezin, op Joseph na, in de oorlog door de Duitsers is omgebracht, dat Joseph zelf op het perron heeft gestaan om afgevoerd te worden, maar dat hij daar zo'n misbaar heeft gemaakt dat men hem uiteindelijk heeft laten gaan. Joseph zou van de gebeurtenissen in de oorlog een mentaal trauma overgehouden hebben.


Of dat waar is, of dat Joseph ook tevoren al enigszins een 'Zot Joke' was, weet ik niet. Dat hij onder curatele stond, is in ieder geval geen geheim, maar dat zijn curatoren niet erg mededeelzaam over hem waren, ook niet. Zij lieten aan de Tilburgse initiatiefnemers die gelden voor een monument voor 'Zot Joke' aan het inzamelen waren, weten dat de familie een dergelijke actie niet op prijs stelde. Die initiatiefnemers zijn toen met hun werkzaamheden gestopt. Terecht? Ik vind van niet. Want Joseph Hollander was na zijn jarenlange dagelijkse wandelingen door de Tilburgse binnenstad, ook familie van de andere regelmatige bezoekers van Tilburg centrum. Zo voelde ik dat althans en daarom dacht ik, toen het monumentje in steen, brons of staal niet door bleek te gaan, dat ik een monumentje voor hem op moest richten in taal, een sonnet dat moest klinken als orgelmuziek, want daar kende iedereen 'Zot Joke' van, van het draaiorgel. Als dat speelde, stond hij ernaast.

Dan leek hij gelukkig. Maar je kon hem ook tegenkomen als hij maar wat voor zich uit liep te brommen in die eeuwige leren jas van hem. Sinds een paar weken voor zijn dood had hij die trouwens niet meer aan. Was hij eindelijk dan toch versleten? En voelde 'Zot Joke' zich daardoor zo ontheemd dat het zijn dood heeft versneld?
Met mij zullen velen hem missen in het straatbeeld. Dat mannetje aan wie de ijdelheden der wereld kennelijk voorbijgingen. Tonprater Sjef Robben, die in zijn 'tonproat' van 1994 een heel metronet onder Tilburg fantaseerde, noemde het station dat onder V&D zou moeten komen, het Joseph Hollanderstation. En iedereen wist wat hij bedoelde. De kelder van V&D was een van de favoriete plekken voor Jo om even uit te rusten tijdens zijn wandelingen. Daar zat hij dan lekker achterover in een tuinstoel. Niemand joeg hem weg, want dat Jo daar zat, dat hoorde zo, dat was zowat de enige standvastige factor in een stad met zo weinig zelfvertrouwen dat ze achter alle modes en trends aanrende. Was Tilburg textielstad, onderwijsstad, wijnstad, industriestad, compact of totaal, Jo trok er geen andere jas voor aan of ging voor de afwisseling een keer bij Sparidans-Loos zitten.

In de zeventiger jaren schreef ik enige tijd een tweewekelijkse column in het Tilburgse Hogeschoolblad die 'De Tilburgse straatzanger' heette. De rubriek toonde een foto van een draaiorgel met 'Zot Joke' ernaast. Daarnaast stond een verhaaltje, waarin ik een situatie uitlegde, en onder dat verhaaltje een liedje. De indruk werd gewekt dat het liedje door de man bij het draaiorgel, 'Zot Joke' in zijn leren jas, gezongen werd. Met orgelbegeleiding.
Zo stel ik me zijn monumentje voor. Jo, naast het orgel, stralend, luisterend naar de voor ons onbekende melodie die bij de volgende tekst hoort:

Monumentje voor Zot Joke

Met kortgeschoren haar en leren jas
De handen in de zakken, winter, zomer
Voortstappend in de straat met zachte pas
Of staand bij iets of niets, klaarlichte dromer?

Daar jij er was bij alles wat er was,
Werd jij familie ook al bleef de schroom er
Om jou eens aan te spreken, want en face
Sloeg jij de ogen neer, klaarlichte dromer?

Ze zeiden dat jij heel erg rijk moest zijn
Maar wat is rijk zo mensenschuw en klein,
Zoon van het oude volk, de oorlog, curatele,
En van de straatjeugd slachtoffer van gein?
Dat jij nu in dat blind geluk mag delen!
En dat je daar bent waar de orgels spelen!



* Jace van de Ven (1949)  Zie verder ook: bio- en bibliografie Tilburg Literair.

 Bron: Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed.