Tilburg Virtueel

...in cultuurbreedste zin

Het Stadsdichterschap van Tilburg is allesbehalve half werk...


“In 2003 werd in Tilburg, in navolging van onder meer diverse Nederlandse en Vlaamse steden, een Stadsdichter aangesteld. Het idee hiervoor kwam van Jasper Mikkers en werd gehonoreerd door het gemeentebestuur.” (Tilburg Wiki)
Het staat er echt: ‘Het idee hiervoor kwam van Jasper Mikkers’.
‘Don’t shoot the pianoplayer’ moet de stadsdichtercommissie vijf benoemingssessies lang gedacht hebben. Want Jasper Mikkers is tot op heden geen Stadsdichter geworden. Gelukkig maar.
Ik ga u dit uitleggen. Eerst lijkt het mij opportuun om wat nader in te gaan op wat het stadsdichterschap in Tilburg gedurende al die jaren heeft ingehouden.

Stadsdichter word je niet zo maar. Ieder zichzelf respecterende benoemingscommissie stelt criteria vast. Deze luiden in Tilburg:
"Hij of zij moet in Tilburg wonen, werk (poëzie) hebben gepubliceerd of opgetreden hebben met zijn of haar werk, aantoonbare brede kennis hebben van en/of liefde voelen voor Tilburg en de geschiedenis van de stad." Niet zonder betekenis – zoals verder zal blijken – voegt de commissie er nog aan toe dat “ook een dichterscollectief zich kan aanmelden op voorwaarde dat dit collectief al gepubliceerd heeft of op het punt staat te publiceren”.

Tot in maart 2009 liep Jasper Mikkers in columns en brieven te hoop tegen de benoemingsprocedure. Niet zonder reden. Met veel stadsdichters in den lande en met menig lokaal geestverwant was Mikkers van mening dat het van weinig elegantie getuigde om een dichter te laten solliciteren naar de functie van stadsdichter. Nijmeegs stadsdichter Victor Vroomkoning gooide er nog een schepje bovenop: "Het stadsdichterschap is een uitverkiezing. De desbetreffende moet (iemand) zijn die zijn sporen heeft verdiend, een oeuvre op zijn naam heeft. Een open sollicitatie is vernederend voor de kandidaten. Bovendien riskant want stel dat de beste kandidaten niet solliciteren, dan zit je opgescheept met een situatie zoals voorheen in Nijmegen. (...) De benoemingscommissie moet streven naar de aanstelling van de beste, niet naar de aanstelling van degene die (het beste) solliciteert."
Ondanks de procedure zijn er weinig wanklanken gehoord over de uiteindelijke benoemingen. Successievelijk Jace van de Ven, Nick J. Swarth, Frank van Pamelen, Cees van Raak en Esther Porcelijn (tot augustus 2013) volgden elkaar op. Met toenemend – zij het voor menigeen tijdelijk onderbroken - succes en enthousiasme.

In mei en juni staat de stadsdichtercommissie opnieuw voor de moeilijke taak hieraan een succesvolle voortzetting te geven. Ik hoop evenwel dat Mikkers er de brui aan heeft gegeven en dit jaar – ook al is hij in Vroomkonings woorden een ‘beste kandidaat’ - niet heeft gesolliciteerd. Want er ligt een ultiem stadsdichterschap voor Tilburg in het verschiet: een stadsdichterschap van Dautzenberg & Mikkers. Een niet te missen kans voor poëtisch rentmeesterschap, geen deeltijdbaan maar een gedeeld stadsdichterschap. Vakmanschap en meesterschap. 1 + 1 = 3, zeg maar. Een commissie die deze kelk durft leeg te drinken, daar toast ik op.
Ik geef het virtuele woord aan de deskundigen.

Ed Schilders: “Dat gaat het niet worden. Beiden zijn geen Tilburger. Mikkers komt uit Oerle en Dautzenberg is op doorreis. Die waarschijnlijk ergens in Dordrecht of omgeving eindigt. En zoals u weet, hecht de commissie ten zeerste aan Tilburgse roots. Niet dat ik persoonlijk mordicus tegen ben. Over dat Tilburger-zijn ben ik na ‘Hoe De Grote Schrijver Mr. A. Roothaert door Mij werd…’ enfin, u weet wel, ook wel wat met meer nuance gaan nadenken. En bovendien, wat natuurlijk wel voor Dautzenberg pleit, is dat zijn katholieke roots beslissender zijn dan hij in zijn werk doet voorkomen: geef Dautzenberg het woord en hij breekt het in tweeën…”.

Cees van Raak (voormalig stadsdichter): “Na mij de zondvloed.”

Jace van de Ven (voormalig stadsdichter): “Nee, als-je-belieft, geen twee stadsdichters. Laat staan twee halve stadsdichters. Het eerste zou een flauwiteit zijn en uitgelegd worden als een genoegdoenertje. En het stadsdichterschap leent zich al helemaal niet voor een deeltijdbaan. En bovendien, het stadsdichterschap als archetype van een Heilige Drie-eenheid, maar dan met zijn tweeën? Waar halen Mikkers en Dautzenberg die heilige geest dan in godsnaam vandaan? Uit de fles, net als ik? Maar nu ik er zo over nadenk… Eén stadsdichterschap van twee gearriveerde en gelauwerde dichters, die nog lang niet klaar zijn, niet met schrijven en niet met elkaar. Ok, doe maar, laat hen die beker maar samen leegdrinken!”

Prof. Dr. J. van Calster: “U gaat mij toch niet op de van U welbekende ironische wijze parafraseren, wel? Want wat is er schoner dan twee bijzonder getalenteerde dichters die elkaar stuwen en steunen, stoempen en stimuleren. De ballen van Anton en de ballades van Jasper, de boutades van Mikkers en de bastaardrijmen van Dautzenberg. De rust en de onrust. Tomeloze Sturm-und-Drang en gelouterde bedachtzaamheid. En dat binnen één stadsdichterschap. Van twee aan elkaar gewaagde dichters met een haat-liefdeverhouding tot Tilburg en tot elkaar. Tilburg kan zich gaan onderscheiden met twee dichters die in een majestueuze pirouette elkaar tot nog groter hoogte zullen opstuwen. Amai, gene poeppraat, dus geen deeltijdbaan, maar louter literair commitment. Wel, let op mijn woorden, Tilburg Europese Culturele Hoofdstad zou wel eens twee jaar te laat kunnen komen...”

Het woord is aan de stadsdichtercommissie…

Shoarma is Döner dan Kebab