Tilburg Virtueel

...in cultuurbreedste zin

TilburgZoap - Aflevering II


Cees van Raak

Ronald dacht ‘je kunt me de bout hachelen’ en antwoordde rustig dat eerst de normale procedure gevolgd diende te worden. ‘Vind je dit dan normaal, man?’, spuugde De Peuter, ‘hier is haast geboden en als jij nu weigert bel ik gelijk Wagemakers. Die zul je moeten gehoorzamen.’ ‘U doet maar wat U niet laten kunt’, riposteerde Ronald en hij verbrak de verbinding. ‘Wel godver, hij verrekt het. Van Dooren, jij maakt hier een proces-verbaal over op, straks op mijn bureau, ik zal hem krijgen, die pennenlikker, dat ambtenaartje!’
Stef van Dooren ging naar zijn kamer.

‘Met Wagemakers’.
‘Dag directeur Wagemakers, hier met Fons de Peuter, recherche. Ik heb zojuist uw ondergeschikte Peters aan de lijn gehad en die weigerde medewerking’.
‘Wat speelt er dan’, bromde Wagemakers. De Peuter legde het bondig uit.
‘Dat is niet niks. En we dachten dat we er van af zouden zijn.’
‘Inmiddels drie jaar geleden’, antwoordde De Peuter, ‘en de beerput ligt weer helemaal open’.
‘Heb je ons meske al geïnformeerd?’, vroeg Wagemakers. 'Ons meske', zo werd Els Aarts, de hoogste baas na de burgemeester, steeds ironisch geduid. Zij stond bekend als een bikkelharde tante die als het moest over lijken ging. En zij had het al heel ver geschopt vergeleken met zeven jaar geleden toen ze nog de koffie rondbracht in het stadhuis. De roddels waren niet van de lucht. Die over het horizontaal carrière maken zoemde overigens nog steeds rond.
‘Zo ver ben ik nog niet gekomen. Eerlijk gezegd, ik doe het liever niet. U weet dat ons meske zich toentertijd er ook mee bemoeide. Ze wilde alles weten, en ze wist zelfs het geheime dossier in handen te krijgen.’ 
‘Toen ook al zo link als een looien deur’, sprak Wagemakers. ‘Maar we kunnen haar nu zeker niet passeren. Ga maar op bezoek bij de tante. Ik weet dat ze nu op haar kantoor zit. En netjes blijven als ze begint te briesen. Ze heeft een kort lontje, maar ook een kort lijntje met de burgemeester. ’
‘Okay, directeur, we kennen onze pappenheimers. Neemt u Peters nog onder handen?’  
‘Van Dooren , meekomen!’ Stef van Dooren kwam puffend aanlopen. Hij zag er ongezond uit, met zijn zware lijf en zijn dikke kop.
‘Zeg, heb je het weer op een zuipen gezet gisteren, Van Dooren?’
‘Nee baas, een paar flesjes bier, meer niet hoor.’
‘Man, je zweet als een otter. Laat ik geen drank ruiken, want dan ben je nog niet jarig, begrepen! Kom, we gaan.'
'
Etter’, mompelde Van Dooren binnensmonds en liep zijn chef achterna. ‘Waar gaan we naar toe, baas?'
‘Drie keer raden, Van Dooren. Ben je al klaar met dat proces-verbaal?
‘ Proces….? Euuh…’ De Peuter draaide zich woest om.
‘Bal gehakt. Dat over die Peters. Wegens obstructie van de rechtsgang, weet je nog. Twintig minuten geleden!’
‘Jajajaj’, stotterde Van Dooren. ‘Natuurlijk. Wordt aan gewerkt, chef. Komt klaar vandaag.’
‘En waar zouden wij eens naar toe kunnen gaan?’
‘Plaats van delict, baas?’, reageerde Van Dooren opgelucht. Hij dacht dit kan niet fout zijn. Zo praten ze ook in die detective-series op tv.
‘Godver, Van Dooren, bal gehakt. We gaan naar ons meske.’
‘Ach, beware me’, en Van Dooren sloeg zijn ogen ten hemel. Onmiddellijk herinnerde hij zich de laatste keer. Wat ging dat takkewijf toen tekeer. Niets klopte van het onderzoek naar de gestolen fietsen. Verdwenen nota bene uit de kelder van het politiebureau, ja, maar wie let daar nou op? Wie durft zoiets te flikken? Fietsen jatten bij de wouten. De onderste steen moest boven komen, brieste ze. Die uitdrukking gebruikte ze te pas en te onpas. Benieuwd, dacht Van Dooren, of ze het nou ook weer gaat zeggen.Inmiddels was het duo recherche gearriveerd bij de dienstauto. Het was koud, het miezerde, er stond een schrale wind, nee, geen weer om op pad te moeten.
‘Ik wil een borrel’, dacht Van Dooren, toen hij neerplofte naast zijn chef.

Tekst: Cees van Raak
Illustratie: Hjalmar van den Akker