Tilburg Virtueel

...in cultuurbreedste zin

TilburgZoap - Aflevering IX


Nicole Wasser

Dat was nu het laatste wat hij kon gebruiken, dat een van die lokale, middelmatige nieuwsdelvers in semi-intellectuele outfit zijn mistlamp hier kwam opsteken om zich met schamele feiten thuis te buigen over een redactioneel stuk dat kant noch wal zou raken, maar intussen wel de pretentie moest hebben de hele stadsbevolking op de zuivere hoogte te brengen van het wel en wee in de stad. En over stinkende affaires zoals deze, die het daglicht nog niet konden verdragen zolang hij er zelf niet het fijne van wist. Die Wittebrood moest vooral niet denken dat hij daar op deze plek mee weg zou kunnen komen.

De Peuter had wel voor hetere vuren gestaan en besloot korte metten te maken met deze opgeklommen advertentieverkoper.“Wittebrood,” groette hij kortaf, en sneerde toen: “Toe aan je wekelijkse rubriek van verloren en gevonden voorwerpen?” De journalist van De Koerier kuchte en streek met een vinger langs zijn neus. “Ik kom op het juiste moment, geloof ik, he? Is er al wat meer bekend?” vroeg hij ontwijkend.“Niets wat zodanig stinkt dat jij je blindegeleideneus erin zou kunnen steken. Als ik jou was, zou ik je journalistieke talenten maar sparen voor je wekelijkse kleintjes. Ieder zijn vak.”

Intussen strompelde de dwerg voort op zijn kleine stompen van voetjes, die amper twintig centimeter per stap bestreken, terug naar het plein waar hij dacht dat zijn bus over een paar minuten zou arriveren. “Ik moet naar huis,” mompelde hij, “ik moet nu echt naar huis. Of zal ik er nog eentje nemen bij Betje Koolen om wat van de schrik te bekomen?” Schichtig keek hij om zich heen. In de haast om tijdig van die vreselijke plek weg te komen, was hij vergeten zijn prachtige dwarsfluit mee te grissen en in zijn rugzak op te bergen. Hij voelde nog eens op zijn rug, maar de tas was erg leeg… Verdomme. En de Kromme had er zeker ook niet op gelet. Die was het spoor zeker helemaal bijster geraakt, wat moet dat toch worden met die vent? Ze hadden hier helemaal niet moeten zijn, niet op deze dag en zeker niet op zo’n tijdstip. Ze waren toch gewaarschuwd?  De Kromme bedacht zich op tijd. Misschien was het slimmer om een andere weg naar huis te kiezen, zeker nu de hemel was opengetrokken en de felle zon de hele situatie wel in een heel erg helder daglicht plaatste. Als hij dezelfde lijnbus terug naar zijn doodskist zou nemen, was de kans wel erg groot dat hij een aantal van zijn buurtbewoners daar achter beslagen ruiten in bedompte regenkleding aan zou treffen, zelfs dan was uiterst links gaan zitten geen dekkende bescherming voor hem. Maar de kleine dwerg was hem al voor en liep langzaam in de richting van het park, waar de hoge en dichtbebladerde bomen schaduw boden tegen de harde werkelijkheid. Het mos onder zijn voeten dempte de spanning in zijn lijf en vertraagde zijn hartslag. Och, misschien viel het allemaal nog wel mee, en was de waarheid toch nog niet zo erg als hij vreesde. Tenslotte gebeurde dit soort dingen wel vaker en werd na jaren nog geen tipje van de sluier opgelicht. Als de rook om je hoofd is verdwenen… Naarmate de voetstappen zich vermenigvuldigden en de afstand tussen hier en daar al groter werd, kwam de Kromme langzaamaan weer in zijn veilige schemergebied, waar hij zich koning waande temidden van al zijn hersenspinsels, gedachtenkronkels en waanideeën. Hij had echt verder niemand nodig, wilde geen mensen om zich heen, zijn trouwste vriend was hijzelf en bovendien had hij hulpmiddelen genoeg in huis. Hij zou veilig zijn en het zou zijn tijd wel duren. 

Maar plotseling, toen de Kromme net heel even zijn blik oprichtte om te zien welk pad in het park hem verder naar huis zou leiden, leek het net alsof er een wit licht voor hem uit scheen. Hij knipperde nog eens goed met zijn ogen. Was dit een soort van zinsbegoocheling die hem, doorwinterd verdovingsverslaafde, zelfs vreemd was, of keek hij gewoon in het flauwe, wassende licht van een zojuist ontstoken lantaarnpaal?

 

Tekst: Nicole Wasser

Illustratie: Hjalmar van den Akker