Tilburg Virtueel

...in cultuurbreedste zin

TilburgZoap - Aflevering VII


Marcel van Beurden

De klap was enorm. De Peuter werd enkele meters weg geslingerd. Met een knal suisde hij tegen de straatstenen aan. Het duizelde voor zijn ogen. Vlekken zwart trokken aan hem voorbij. Tussendoor zag hij de wethouder aan de binnenkant van zijn oogleden in haar zakelijke domein zitten. Ze was druk aan het werk. De Kromme was er ook en haalde de dwerg uit de rugzak. De dwerg pakte zijn dwarsfluit en floot een olijk deuntje. Hij marcheerde de kamer uit.

De Kromme keek verzengend naar de wethouder. Hij rolde met zijn ogen naar De Peuter en leek iets te willen zeggen. De gore tanden van De Kromme lichtten op als flitsende neonbalken, hangend aan het laatste greintje bewustzijn dat De Peuter nog restte. De stad gonsde en zoemde als een overactief bijenvolk en de koude van de stenen trok tot diep in zijn botten…
De Peuter wist dat hij door moest. Naar de wethouder. Verslag uitbrengen. Onderzoeken…
“Binnen.”
De stem van de wethouder klonk gedecideerd.
De Peuter zuchtte even, vermande zich en opende de deur.
“Goedemorgen, wethouder. Ik wilde een onderhoud over een kennelijk nog openstaande zaak…”
De wethouder keek hem koud aan en draaide haar gezicht geïrriteerd naar de monitor van haar computer.
“De Peuter… Dat is al weer een tijdje geleden, niet?”, sprak ze cynisch.
De wethouder klikte een paar keer met haar muis. Een vage onrust overviel haar. Er kwam enige beweging in het politieke lichaam.
“Ga zitten, De Peuter…”
De Peuter beschreef het relaas van de ochtend gortdroog en feitelijk. De wethouder leek oprecht ontdaan. Met onvaste hand schonk ze koffie voor zichzelf in. Koortsachtig dacht ze na.
“Inderdaad”, mijmerde ze.
“Die infantiele rijmpjes van destijds lijken op die van nu… Maar nu wordt er niets gemist? Niets verbrand of vernield?”, vroeg ze.
“Nee, mevrouw. De dader heeft enkel aanwijzingen achtergelaten. Een groen laken, een biljartkeu en een stapel boeken. Subtiel. Kinderboeken om precies te zijn. De pomerans van de keu wees naar de titel van het bovenliggende boek. Wat mij betreft een duidelijke aanwijzing.”
De Peuter keek de wethouder doordringend aan.
“Mijn vader woont in Rio.”
De mond van de wethouder verkrampte. Haar onderlip trilde.
“De Kromme?”, vroeg ze zich vertwijfeld af.
De Peuter las de verbazing van haar gezicht af en ried wat er in haar hoofd omging. Hij kende het dossier uit het hoofd en was een van de weinigen die de relatie tussen De Kromme en de wethouder in detail kende. Een jaar later was De Kromme weliswaar vrijgelaten maar maatschappelijk volledig aan de grond gelopen. De Kromme had haar stilzwijgen nooit vergeven. De Peuter draaide zich van de wethouder af. Hij mompelde een haast onverstaanbare groet. De Kromme bleef achter bij de wethouder en keek na hoe De Peuter weer op pad ging…Regen geselde de binnenstad. De auto’s op de schouwburgring braakten lichte wolken papier-maché uit. De motoren klonken als pruttelende koffiemolens.

De Peuter liep hinkend terug naar het plaats delict om zich met het sporenonderzoek van de nieuwe zaak bezig te houden. Hij wist dat hij snel moest zijn. Het regenachtige weer van de afgelopen dagen had de grond zompig gemaakt. De Peuter zwalkte als een aangeschoten kraai met wapperende zwarte regenjas tussen de graven door. Vlagen wind striemden zijn verweerde gelaat en blies het lange, dunne haar voor zijn ogen. Nabij het graf was zijn blik op de grond gericht. In de zompige aarde ontwaarde hij enkele voetstappen. Hij kroop onder de roodwitte afrastering door die Van Dooren had opgericht.
De Peuter herkende de afdrukken van de schoenzolen die hij en zijn collega hadden achtergelaten. Maar hij ontwaarde nu ook voetafdrukken die hij niet herkende. De Peuter pakte zijn mobiele telefoon  en belde de technische recherche. Ze zouden er binnen een half uur zijn. In de tussentijd doodde De Peuter de tijd met een nader onderzoek van de omgeving. Alsof het haast achteloos was weggegooid ontwaarde hij een dun boekje achter het beeld waar het T-shirt was gevonden. Het bleek een gedichtenbundel: “Het meisje en de dood”.
Het stopte met regenen. Een naargeestige stilte trok over het grafperk. Echo’s klonken op uit het verleden. 

Tekst: Marcel van Beurden
Illustratie: Hjalmar van den Akker