Tilburg Virtueel

...in cultuurbreedste zin

TilburgZoap - Aflevering XIV

Marcel de Laat 

De Peuter wachtte even af, op de bevestiging dat zijn sms-bericht was verzonden, maar tot zijn onthutsing ontving hij de melding 'verzenden mislukt'.

“Hmmm... dat is nou toch vreemd.”, zei hij bij zichzelf. Hij drukte nogmaals op verzenden, maar na enige seconden verscheen dezelfde boodschap op het scherm. Verzenden mislukt.Ten einde raad riep hij zijn assistent om hulp.
“Hein, weet jij waar dit op slaat? Ik probeer een SMS-bericht te verzenden, maar ik krijg de hele tijd de melding dat dat mislukt. Ligt dat aan mijn beltegoed of zo?”
“Laat eens even zien...”, zei Hein, zijn assistent. Hij nam de mobiele telefoon van de Peuter over, en drukte wat knoppen in.
“Het zijn ook kleine toetsen, he?”, zei de Peuter, “Als ik rust heb kan ik zoiets wel, maar als het allemaal zo snel moet, dan ga ik lopen stressen en dan gaat het verkeerd.”
“Aan het bereik ligt het niet”, zei Hein, “Dat is hier verder goed. Wanneer heb je voor het laatst de batterijen opgeladen?”
“Dat was gisteren”, zei de Peuter, “Nee, wacht, ik vergis me: drie dagen geleden.”
Hein vond dit een erg merkwaardige vergissing, maar hij zei er niets van.
“Dan zal het niet aan de batterijen liggen.”
“Maar wat ik net zei, over mijn beltegoed”, zei de Peuter, “Kan het daar niet aan liggen?”
Hein zei niets en bleef met de mobiel in de weer.
“Ik kan anders ook de mensen in het lab bellen”, zei de Peuter, “Die zullen het wel weten.”
“Ik denk dat die meer met DNA bezig zijn”, zei Hein, “Niet met mobiele telefoons. Werk jij met opwaardeerkaarten of doe jij het opwaarderen mobiel?”
“Wablief?”
Hein verborg met moeite zijn irritatie. “Je bent een reliek uit een Nederland dat niet meer bestaat, de Peuter”, zei hij, “Als, zeg maar, het geld op je mobiel op is, hoe zet je er dan nieuw geld op?”
“Oh, dat weet ik niet.”, zei de Peuter, “Dat doet mijn vrouw meestal.”
“Heb jij een vrouw dan?”, vroeg Hein, “Dat is nieuw voor mij.”
“Ja, wist je dat niet? Ze wordt genoemd in aflevering I en in aflevering VII.”, zei de Peuter, “maar zij zal het wel weten. Ik sms haar wel.”
Hein zuchtte. “Dat is nou net het probleem, man. Je sms doet het niet.”
De Peuter werd rood.
“Oh ja.”
Hij vond het vervelend dat zijn zwakten zo werden bloot gelegd. “Maar ligt het ook niet aan eh... hoe noem je zoiets... aan mijn simkaart?”
“Ik denk niet dat het aan je simkaart ligt”, zei Hein, “Wacht maar. Ik probeer het nog eens.”
Hein drukte wat knoppen in, schudde toen met zijn hoofd.
“Nee. Nog steeds niets. Weet je zeker dat het telefoonnummer klopt?
De Peuter haalde zijn schouders op. “Al mijn eerdere sms-en zijn wel gewoon goed aangekomen.”
“Ik bel mijn broer even”, zei Hein, “Die heeft hier nog meer verstand van dan ik.”
Hij begon met zijn eigen mobiel te bellen.
De Peuter ijsbeerde door zijn kantoor terwijl Hein met zijn broer sprak.
“Ja, die sms die doet het gewoon niet..... Van de Peuter.... Je weet wel.......Nee, het is ook niet het beltegoed, zegt 'ie..... Nee, hij zegt dat zijn vrouw daar over gaat..... Nee, zijn vróuw..... Ja, ik wist ook niet dat hij die één had.....”
“Mijn broer zegt dat hij het even aan een vriend van hem gaat vragen”, zei Hein ten slotte, “Die weet meer van mobiele telefoons. Werkt voor Orange, geloof ik. Of hoe heet die andere provider? Debitel? Proximus?
De Peuter liep naar het raam. In wat voor Kafkaëske nachtmerrie was hij beland? Hij had alleen maar een sms-bericht willen verzenden, en nu werden er allerlei mensen bij gehaald!
Hein sprak verder.
“.... hij wil er wel even naar kijken?..... Da's aardig....... Oerlesestraat?..... Prima, dan gaan we daar nu heen.” Hein hing op, en wendde zich weer tot de Peuter. “Die vriend van mijn broer wil er wel even naar kijken. Aardig, toch? Dan moeten we er nu even langskomen.”
“Ik heb daar geen tijd voor!”, protesteerde de Peuter, “Ik zit midden in een belangrijke zaak! Ik heb ontdekt wie de plafondschijter is!”
“Duurt niet lang, joh”, zei Hein, “Het is in de Oerlesestraat! Das hier vlakbij! Kom!”
 
Met tegenzin volgde de Peuter zijn assistent Hein de trap af. Hij wilde nog eens proberen een SMS te verzenden, zodat ze niet helemaal naar de Oerlesestraat hoefden, maar keek daarbij niet goed uit, zette een voet waar geen tree was, en donderde voorover de trap af.
“Ik wilde alleen maar een sms verzenden...”, was het laatste dat de Peuter mompelde voordat hij zijn nek en alle botten aan beide handen brak. Achteraf, toen de Peuter vanuit zijn ijzeren long op het voorval terug keek, bleek trouwens dat het toch aan zijn bereik lag.  

Tekst: Marcel de Laat
Illustratie: Hjalmar van den Akker