Tilburg Virtueel

...in cultuurbreedste zin

TilburgZoap - Aflevering XVII

‘Pardon?’vroeg iemand van boven in het huis. ‘Nou ja, zou toch kunnen?’
‘Nee, ik ben niet de plafondschijter. Hallo zeg.’


Er klonk gestommel boven Havickx hoofd. Waarom had hij, Hein Havickx, briljant assistent van die idioot van De Peuter die met gebroken nek – net goed – aan de ijzeren long lag, waarom had hij godverdomme geen zaklantaarn meegenomen? Waarom was hij naar dit klotenhuis dat geen huis was, gegaan? Een huis dat godbetert draaide, op rails, ronddraaide over een rotonde. Midden in de nacht. Zonder licht van een plafondpeertje of staande lamp. Een college van B&W dat zoiets als een kunstwerk beschouwde en door de gemeenteraad loodste, mocht wat hem betrof vandaag nog vallen. Voor alle zekerheid knipte Havickx zijn aansteker aan en op hetzelfde moment viel iemand uit het plafond naar beneden, keihard met zijn smoel op de vloer, vlak voor Havickx.
‘Jezus!’ zei Havickx die aan De Peuter dacht, ‘niet nóg een gebroken nek, hè?’
Nee, de plafondpiloot krabbelde op, eerst op zijn knieën, en trok zich aan de jas van Havickx verder omhoog. Hij bloedde. Dat wel. Uit zijn neus, dacht Havickx, al kon het ook uit zijn mond zijn. Dat was in het licht van de aanstekervlam niet goed te zien.
‘Gaat het?’
‘Nee, het gaat niet. Wat een vraag zeg.’
De man veegde met een mouw het bloed van zijn gezicht. Hij had een rood jek aan. Kwam goed uit, zag je dat bloed niet zo goed.
‘Kan ik ergens mee van dienst zijn? Je hebt gebeld. Je wilde me ontmoeten.’
'Ik wilde je helemaal niet ontmoeten. Ik belde De Peuter. Dat is een goede vriend. Maar die ligt in de kreukels. Ik moest jou maar bellen. Zeiden ze. Op het bureau.’ 
‘Oh. En waar gaat het over?’
‘Ik ben wanhopig.’
‘Wie niet?’ 
‘Ik weet het niet meer?’
‘Oh. Zullen we, trouwens, ergens naartoe gaan waar we rustig kunnen praten? Woont u hier ver uit de buurt?’
‘Ik zou je graag een biertje aanbieden, in een rustig café, maar ik ben platzak?’
‘Nou, een biertje kan ik u wel aanbieden. Waar is hier een café?’ 

Tien minuten later stapten ze Café Lambiek binnen, aan het Wilhelminapark. Havickx kende het café vaag. Toen hij nog een jong agentje was, had hij hier met collega’s twee ruziemakers opgepakt. 
'Voor mij een Leffe blond,’ zei de plafondpiloot nog voor ze op een kruk aan de bar zaten. ‘Een kouwe.’
Hij had halflang haar en bloedde nog uit zijn neus en gebarsten lip. Zijn kin had een lichte schaafwond. 
Havickx bestelde een pils. ‘Nou, wat maakt u zo wanhopig?’
‘Ik moet een stuk schrijven?’ 
‘Bent u journalist?’ 
‘Nee, schrijver.’ 
‘Nou dan.’ 
‘Ik moet een aflevering schrijven in een serie.’ 
‘Doen dus, zou ik zeggen.’ 
‘Ik zou niet weten hoe ik dat voor elkaar zou moeten krijgen. Kijk, er wordt van mij verwacht dat de aflevering die ik schrijf, ‘het verhaal verder brengt’, dat ik ervoor zorg dat het verhaal zich verder ontwikkelt. Maar: hoe kan ik daarvoor zorgen als ik de laatste aflevering niet te lezen krijg. Ik weet niet waar het verhaal opgehouden is.’ 
‘Ja, dat is lastig.’ 
‘Ik moet aansluiten op iets dat ik niet ken.’ 
‘Kan inderdaad niet. Daar zou ik ook wanhopig van worden.’ 
‘Ik heb alleen de laatste alinea van de voorgaande aflevering te lezen gekregen. Daar moet ik het dan mee doen.’ De plafondpiloot grabbelde in de zak van zijn jek en haalde een verfrommeld vel papier te voorschijn. ‘Kijk, dit is die alinea. Lees maar.’ 
Havickx nam het vel aan, streek het een beetje glad op de bar en las. ‘Zo, genoeg verslaglegging vanuit de H. voor u. Ik heb er genoeg van. U zoekt het maar uit daarbeneden in Dombergen. Ik ga trouwens ook op zoek. Naar die nymfomane slet van een Marietje Kessels. Lekker potje neuken. En komt u die lul van een Dautzenberg tegen, geef hem dan een biertje. Of twee biertjes. Of drie. Waarom ook niet. Die jongen zit op zwart zaad. Alhoewel, dat die Limburger voor zichzelf zorgt. Laat die eikel maar links liggen. De arrogante klootzak. Loop maar met een grote boog om hem heen. Met een hele grote boog! En laat die groots aangekondigde zeepbel trouwens ook maar links liggen. Of zou die Mikkers er wat van weten te maken?’ Havickx knikte. ‘Dombergen, ligt dat niet in Zeeland? En die slet Marietje Kessels heb ik wel eens opgepakt. Tippelde hier vlakbij, op de Veldhovenring. Ik zie ze nog wel eens. Zit flink aan de drugs, het arme kind. Zou ik niet mee neuken. Voor je het weet, heb je een ziekte. Was haar vader niet muziekleraar?’
Hij nam een slok bier. ‘Dautzenberg… Dautzenberg… Klinkt behoorlijk Duits.’ 
‘Hij heeft deze alinea en de voorgaande aflevering geschreven.’ 
Havickx knikte. ‘En dat zegt hij allemaal over zichzelf? Lul, zaad, eikel, klootzak: is de man misschien uroloog? Zeepbel? En dan ‘die Mikkers’?’ 
‘Dat ben ik.’ 
‘Wacht even: ben jij niet ooit opgepakt?’ 
‘Ja, voor het plakken van de Muurkrant.’ 
‘Precies. Dat was ik. Ik heb je toen betrapt en opgepakt. Maar goed. Om terug te komen op ons probleem: hoe kun je met zo’n alinea een aflevering schrijven in een serie…’ 
‘Een zoap. Tilburgzoap geheten.’ 
‘Hoe kun je dus zonder de laatste aflevering te kennen en alleen deze alinea gelezen te hebben een aflevering schrijven die de ontwikkeling van het verhaal voortzet? Zeg ik het zo goed?’ 
‘Ja.’ 
‘Niet dus.’ 
‘Wat niet dus?’ 
‘Dat kun je niet.’ 
‘Kan dat niet?’ 
‘Nee.’ 
‘Nou, fantastisch is dat. Maar ik moet dat wel doen. Mooi wel..’ 

Havickx schudde het hoofd. 
‘Zullen we er nog een nemen?’ vroeg Mikkers. ‘Ons verdriet verdrinken. Reden genoeg voor, zou ik zeggen.’ 
Havickx knikte. 
‘Deze meneer wil nog wat bestellen,’ zei Mikkers tegen de barman. ‘Ja, allebei hetzelfde.’ 
Havickx knikte nog eens. ‘Ik heb het.’ 
Mikkers bewoog zijn hoofd naar achter en keek Havickx met gefronste wenkbrauwen aan. 
‘Nee, echt. Je bent toch een goede vriend van De Peuter?’ 
Mikkers knikte. 
‘Die zal het dan wel goedvinden.’ 
‘Wat goedvinden?’ 
‘We breken in.’ 
‘Inbreken?’ 
‘Ja, bij die Dautzenberg. Die heeft toch die laatste aflevering geschreven.’ 
Mikkers knikte. 
‘Nou dan. Die moeten we dan te pakken zien te krijgen. We inbreken niet echt in. We breken in zijn computer in. Fluitje van een cent. Hoeft hij niet te merken. Geen schade, helemaal niks.’ 
‘Fluitje van een cent?’ 
‘Doe ik regelmatig. Inbreken in computers. Ben ik expert in. Geef me een computer en ik haal in andere computers op wat ik hebben wil. U bestelt, en ik bezorg. Maakt niet uit wat.’ 
‘Zo…’ Mikkers schudde ongelovig het hoofd. 
‘Ik doe het, op één voorwaarde. Dat je een gedicht voor me schrijft. Een beetje een geinig of geil gedicht. Ik schrijf het over en geef het aan mijn vrouw. En zeg dat ik het zelf geschreven heb.’ 
Mikkers zuchtte.  
‘Morgen,’ zei Havickx. ‘Zelfde tijd, zelfde plek.’ Hij gaf Mikkers een hand. ‘En doe wat aan die muil van je.’ 
- - - - - - - - - - - -
‘Een Leffe blond voor deze jongeman,’ zei Havickx. ‘En voor mij een pils.’ Hij tastte in zijn binnenzak en gaf Mikkers enkele gevouwen vellen papier. 
Mikkers vouwde ze open en begon te lezen. ‘Jezus…,’ zei hij een paar keer. ‘Hij is op bezoek in de Hades, die Dautzenberg, op bezoek bij Troy Titane. En hij ontmoet daar Peerke Donders. Die geeft toe dat hij melaatsen sloeg, toen hij nog leefde, ginds in Suriname. Met houten en ijzeren kruisen hakte hij op ze in...’ 
‘Kom daar nog maar eens om tegenwoordig,’ zei Havickx. ‘Mooi niet meer. Gepamperd en geluierd wordt iedereen, tegenwoordig. Ze hoeven niks meer te doen. Het wordt tijd dat Smolders eens wat te zeggen krijgt. Die zou het wel weten.’ 
‘Wat is een vagina dentata? Staat hier.’ 
‘Kom op. Dat weet je heus wel. Best wel leuk hè, die Hel of hoe jij die plek noemt.’ 
‘Hades.’ 
‘Ja. Wordt flink geneukt. Die Marietje heeft het nodige in huis, als je het zo leest. Maar goed. Nou moet jij met haar aan de slag.’ 
‘Pardon?’ 
‘Jij moet iets schrijven wat erop aansluit. Zei je gister.’ 
Mikkers knikte. 
‘Wat ik allemaal gelezen heb, op de computer van die Dautzenberg…’ Havickx staarde in de verte. ‘Daar is dit,’ hij knikte in de richting van de tekst die Mikkers in zijn hand hield, ‘niks bij. Hij schrijft dat alles wat met Peerke Donders te maken heeft, nep is. Dat wevershuis van Peerke Donders in Tilburg-Noord is nep, want daar heeft hij nooit in gewoond. En dat museum dat er moet komen en waarvoor ze elke Tilburger geld uit zijn zak proberen te kloppen, is ook nep. Ze hebben helemaal niks om tentoon te stellen. Er is niks bewaard van die Donders. En dat weten die lui die dat museum willen oprichten, Donders goed. Het is pure oplichting. Een VVV-stunt. Volgens Dautzenberg is Peerke Donders onderdeel van een complot. Er is een geheime campagne gaande om de achterlijkheid in Tilburg te herstellen. Een aantal mensen wil Tilburg terugvoeren naar de Middeleeuwen. Zo moet ook iedereen weer dialect gaan spreken.’ 
‘Staat dat allemaal op de computer van die Dautzenberg?’ 
‘Ja, en dat Peerke Dautzenberg helemaal geen Tilburger is, volgens columnist Ed Schilders. Want hij heeft in Tilburg alleen zijn kinderjaren doorgebracht.’ 
‘Peerke Dautzenberg?’ 
‘Sorry, Peerke Donders. Het gaat stormen in Tilburg, als die Dautzenberg dat allemaal publiceert. Er gaat een heel andere wind waaien, dat kan ik je wel vertellen. De kussens worden opgeschud. Maar gelukkig maak ik dat allemaal niet meer mee.’ 
‘Oh.’ 
‘Ik word overgeplaatst. Bevorderd. Hoofd van de recherche in Rotterdam. Was al weggeweest als De Peuter zijn nek niet had gebroken.’ 
‘Proficiat.’ 
‘Dank je. Ik moet ervandoor. Heb je er nog aan gedacht…?’ 

Mikkers stak zijn hand in zijn binnenzak. Gaf Havickx een gevouwen vel. Havickx tikte met de vinger tegen de rand van zijn hoed. Stond op van zijn kruk.
‘Succes. Ik lees het wel op Tilburgz wat je ervan gemaakt hebt.’ 
Buiten gekomen vouwde hij het vel open.


anaalfabeet

wanneer wij onze levenslust belijden 
en ons met hartstocht wijden 
aan vormen bol en rond 
of kussen mond op mond 
dan komt het wel eens voor  
dat een schuinse kletsmajoor 
de betovering verbreekt 
doordat hij spreekt 
met een geluid donker brommend 
of repeterend en opsommend  
of juist heel hoog van toon 
bijna als een vibrafoon 
hij schijnt iets te beweren 
maar dan zonder goed articuleren 
wie het duiden wil, heeft het niet breed 
het lijkt of elke scheet 
staat voor een lettergreep of woord 
maar strikt genomen niet spoort 
hij spreekt als een anaalfabeet 
die niet teveel van taal af weet 
en geeft bijvoorbeeld geen begin 
aan van een nieuwe zin 
en wil de naam niet spellen 
van wie hij ons iets gaat vertellen 
waarom liefde af te breken 
voor luisteren naar kreupel spreken 
beter vrijen zonder woorden 
dan de lust vermoorden


Havickx knikte. Daar kon hij wel mee thuiskomen.

Tekst: Jasper Mikkers
Illustratie: Hjalmar van den Akker