Tilburg Virtueel

...in cultuurbreedste zin

TilburgZoap - Aflevering XXII


Jace van de Ven

Nadat Havickx in het kunstenaarsatelier in slaap was gevallen, hoorde voorlopig niemand nog iets van hem. Reden voor politiechef Wagemakers om De Peuter in het ziekenhuis te bellen. ‘Death or alive”, zei hij, “je moet weer aan de bak, Havickx geeft geen sjoege.”

De Peuter voelde zijn getormenteerde lijf pijn doen, maar hij besloot moedig te zijn.“Ieder nadeel heb zijn voordeel”, papagaaide hij een uitspraak van een grootgeldverdiener uit Amsterdam. “Terwijl ik in het ziekenhuis lag te herstellen en de verpleegster een steek met dampende stront onder mijn achterste vandaan trok, terwijl hij CSI lag te kijken, ging mij een licht op, commissaris. Had ik niet in het ziekenhuis gelegen, had ik niet CSI gekeken, had ik zelf naar de plee gekund, ik zou er nooit opgekomen zijn.”
“Waar ben je opgekomen”, gromde Wagemakers weinig enthousiast. “Baas hebben wij onze uitwerpselen eigenlijk wel eens forensisch laten onderzoeken?” vroeg De Peuter enigszins triomfantelijk. “Die bolussen van ons”, knorde Wagemakers, “het lijkt me de taak van de bedrijfsarts om daar van tijd tot tijd in te roeren.”

“U begrijpt me verkeerd,” corrigeerde De Peuter, “maar met onze uitwerpselen, bedoel ik dat faecalien van de plafondschijter, achter wie we nu al een half jaar jagen. Zouden we weten wat erin zit, dan kwamen we misschien op een spoor.”

“Fffft,” floot Wagemakers tussen zijn tanden, “daar heb je een sterk punt De Peuter.”
Aangemoedigd door die positieve reactie, stak De Peuter van wal: ”Stel dat er borstj inzit, dan wijst dat op een actie van de Russische geheime dienst, stuiten we op mozarella of gorgonzola, dan zitten we ongetwijfeld opgescheept met een maffiazaak, Gentse waterzooi zou…..”
“Stil nou eens”, onderbrak Wagemakers hem, “dat zijn onwaarschijnlijke zaken. Het gaat waarschijnlijk gewoon om slaojmeejaajmeejjèùnmeejèèrpel, Tilburg dus, maar zal het slaojmeejaajmeejjèùnmeejèèrpel puur blijken te zijn, of slaojmeejaajmeejjèùnmeejèèrpel met half versnipperde stukjes papier erin bijvoorbeeld.”
“Waarom versnipperd papier?” vroeg De Peuter.
“Iemand die geheime stukken heeft weg willen maken, afspraken rond het Midi-theater bijvoorbeeld. Of iemand die gelekt heeft uit het geheim overleg van burgemeester en wethouders en van kwaadheid het vonnis dat daarover geveld is, opgevreten heeft. En zo kan ik nog wel even doorgaan.”
Nu was het de beurt aan De Peuter om bewonderend te fluiten.
“De Peuter”, hoorde hij aan de andere kant van de lijn, “kom onmiddellijk uit het ziekenhuis, wat je ook mankeert en ga in het diepste geheim op zoek naar een putjesschepper met psychologische achtergrond.”
“Een putjesschepper?”
‘Of een andere strontonderzoeker, als hij maar ook pschychologisch inzicht heeft.”
De Peuter liet zich uit bed glijden. Zijn hele lijf deed zeer. Een putjesschepper/psycholoog, Wagemakers wilde altijd het onmogelijke. Terwijl hij zich aankleedde, hoorde hij hem verder redeneren: “Forensisch strontonderzoek is geen gewoon onderzoek. Wat iemand in zijn ingewanden heeft, kan veelbetekenend zijn als iemand het psychologisch weet te duiden. Daardoor kan een goed daderprofiel geconstrueerd worden.
”De Peuter was zijn maatschappelijke carrière ooit begonnen bij een rioolontstoppingsbedijf, maar was hij psycholoog genoeg om deze klus in zijn eentje te klaren. Waarschijnlijk niet, want aan wat Wagemakers nu weer te berde bracht, had hij zelf nooit gedacht.
“Je moet niet alleen de stront onderzoeken, maar ook de wijze van schijten”, ratelde die verder. “Waarom schijt iemand op het plafond? Is dat plafondschijten iets dwangmatigs voor onze dader? Een normaal mens schijt toch op de grond? Of niet dan? Misschien heeft onze plafondschijter wel de dwangmatige neiging om alles tegenovergesteld te doen van wat logisch lijkt. Ken je zo iemand?”
“Waarom zou ik nu weer iemand kennen die alles anders doet dan wat logisch lijkt?” vroeg De Peuter verongelijkt.
“Nou ja, ik dacht maar”, deed Wagemakers vredelievend.Maar wacht eens, daar schoot De Peuter opeens iets te binnen.
“Ik ken er 39”, riep hij uit.
“39?”
“Jawel, de voltallige Tilburgse gemeenteraad.”
“Shit, dat we daar niet eerder aan gedacht hebben. Gemeenteraad, stront aan de knikker, stront in het gemeentehuis, stront in de nieuwbouw van het Pieter Vreedeplein. Net de plaatsen waar gemeenteraadsleden komen. De Peuter, we hebben beet”, galmde de stem van Wagemakers door de telefoon.
“Ga na het stadskantoor en check de voltallige gemeenteraad, probeer uitwerpselen van hen te bemachtigen en laat DNA-onderzoek doen. En wee degenen wier faecalien matchen met de shit van de plafondschijter, die laten we persoonlijk de zaak aflikken. Plafondschijten is een vorm van graffiti spuiten, dus ik zie niet in waarom het anders aan te pakken.”
De Peuter zei ‘ja baas’, liet zich in zijn broek glijden, nam de steek uit het ziekenhuis mee –die kon nog van pas komen- en begaf zich te voet van het TweeSteden naar het gemeentehuis.
“Hee, waar moet dat met die steek naartoe?” hoorde hij in de buurt van het Wilhelminapark iemand roepen. Het was Havickx die met een katerkop op De Peuter af kwam gezwalkt.
“Shit, als je alles gehad hebt”, lispelde die.

Tekst: Jace van de Ven
Illustratie: Hjalmar van den Akker