Tilburg Virtueel

...in cultuurbreedste zin

TilburgZoap - Aflevering XXVI


Boy Jonkergouw

De Peuter begon tegen zichzelf te praten. Een gewoonte die hij had aangeleerd toen zijn vader hem voor straf in de koelcel zette, bij de varkenskadavers. De Peuter was door hem betrapt op het schrijven van een gedicht, voor moederdag. ‘Geen, homostreken, jongen, daar houdt onze pap nie van’. De zesjarige Peuter krijste als een overspannen big toen hij de stalen deur achter zich dicht hoorde slaan. In het ziekenhuis moest hij zeggen dat hij verstoppertje had gespeeld met zijn debiele broertje. Vader was een gerenommeerd frikadellenfabrikant, die weinig argwaan wekte bij de arts. Hij was goed, van geloven. 

 

Dat opgesloten gevoel, dat had De Peuter nog steeds, als hij ergens alleen was. Hij had geleerd dat tegen zichzelf praten de ergste benauwdheid een beetje verdreef. Het begon mompelend, alsof hij bang was betrapt te worden, maar langzaam maar zeker begon hij gesprekken te voeren alsof er iemand anders bij was:  ‘Staat er misschien iets in de koelkast?...GNDJU. Leeg. Nou ja, is misschien maar beter zo. Mag toch niet, met mijn medicijnen. Hé, was die muur net ook zo...Warempel, daar zit ook al...godverdomme. Hoe krijgen ze het voor elkaar, op twee meter hoogte. Ze moeten die junks er met hun bek in douwen. Worden ze misschien nog eens zindelijk.  'Voorgeschreven dosis niet overschrijden'. Heb ik nou net ook zo'n pil op? De stress slaat op mijn geheugen. Lijk wel dement. Wat heb ik gisteren eigenlijk gedaan? Moet zo'n doseringsbakje kopen. Kan ik zien hoeveel ik er op heb. Heb ik nou wel of niet...Nee, het zal wel niet. Voel me weer zo bangig. Zo bang, de laatste tijd. Ik schijt in mijn broek van angst. Figuurlijk dan. Kan helemaal niet schijten. Wil me trouwens helemaal niet met andermans stront bezig houden. Heb het al druk genoeg met mijn eigen ontlasting. Mooi woord eigenlijk. Ont-lasting. Dat lukt me dus niet hè, ontlasten. Al mijn spieren zitten vast. Mijn aars is net een roestig penslot.  De hele dag buikpijn, voel het kopje duwen, maar als ik ga zitten trekt ie zich terug. Fucking prestatiedrang. Goed spul wel, die angstremmers. Ik doe ineens allerlei stoute dingetjes, die ik normaal niet zou durven. Vorige week nog die oude tampon in Betty der thee. Ze had het niet eens in de gaten, stomme zeug. Zal misschien gedacht hebben dat die ze die Cup a Soup-mok niet goed had afgespoeld. Lelijke pot. Ze is zo aseksueel dat ik er agressief van wordt. 

Moet je dat bureau nou eens zien. Sructopaat. Dwangneuroot. Hé dat potje. Is Betty nou ook al aan de antidepressiva? Oh nee. Laxeermiddelen. Nou, die potjes moet je niet naast elkaar zetten, op het aanrecht.  Of tegelijk innemen. Dan kots je je dunne darm uit. Zou voor Betty wel handig zijn. Scheelt haar een dure liposuctie. Kan ze toch nog op vakantie. Lelijke pot, die Betty Verhoeven. Ik snap wel dat daar geen dekseltje op past.

Toch maar angstdempertje innemen. Voor de zekerheid. Ah, kijk. Het dekseltje is anders. Kartelrandje. Moet je maar net weten. Pfff. Wat een leegte. De koelkast. Dit hoofd. Dit beeldscherm. Nou ja, wat moet dat moet. Ik ben een man van mijn woord. En ik heb het gezegd. Dat ik het op zou lossen. Maar ja. Dat was in Weemoed, die zullen toch niks gehoord hebben? Nee, dat zal wel niet, die luisteren  alleen maar naar zichzelf.  Eens even kijken. Mijn aantekeningen...Wat een armoede. Een rel over een dode pater, wat studentikoos gekeuvel over de rug van een verkracht meisje. Heb ik iets verkloot, in mijn vorige leven, dat ik op deze zaak ben gezet?  God mag het weten. God? Hallo? Is daar iemand? Vroeger, in de woestijn, gaf ie tenminste nog antwoord. Ja, wè? antwoordde hij die jengelende joden. Daarom zijn ze Hem Jahweh gaan noemen. God kan in alle windrichtingen schijten, heb ik me laten vertellen. (Nu ja, daar heeft u als lezer natuurlijk ook schijt aan. Hallo? Lezer? Is daar iemand? Nee, dit is geen site voor necrofiele navelstaarders, dit is de ongewassen neus van Tilburgs rotte zalm. Een ware delicatesse voor de fijnpoeper) Piloot. Brandweerman. Dijkgraaf. Wat was ik veelbelovend, op de HBS. Politieacademie. Rechercheur. Belangrijke mensen op hun vingers tikken, ministers laten stotteren.  En nu zit ik hier. De grote boze schijtschrijver op te wachten. Ik had die klok ook niet moeten luiden. Die sigaar uit de doos van Maij-Weggen moeten accepteren, maar ja. Er zat wel een erg smerig luchtje aan. Die doos was tien jaar over de datum.  Zal ik eens...Nee, dat kan ik niet maken. Hoezo niet, dat ziet toch niemand. Ach kan mij het schelen. Ik trek lekker mijn kleertjes uit. Zo. Hmmm. Es eventjes met mijn donzige billetjes over dat dossier heen wrijven. Die stopt ze in haar mond, als ze iets in haar laatje zoekt. Zal ik eens...Nee, dat kan echt niet...Hoe zo niet? Ben ik dan niet Fucking Fons de P. van Pielemuis? Hel yeah! Fucking Fons trok zijn stoute schoenen aan, of beter gezegd uit, en wierp de textiele ketenen van zijn bezwete psoriasis-lijf. Hij was nu zo heet dat hij al zou komen als hij ergens tegenaan stootte. Behoedzaam liep hij door de ruimte naar de bureaustoel van Betty. ARBO-draailstoel, prima vering. 

Teder aaide hij zijn eikel, die nu rustte op haar glimmende bureaublad. Hij is niet meer zo gevoelig als vroeger, voor de besnijdenis. Maar ja, te krappe voorhuid is ook niet alles. Effe gehurkt zitten. Oh, dat is lekker, godverdomme wat is dit geil...’

 

Tekst: Boy Jonkergouw

Illustratie: Hjalmar van den Akker