Tilburg Virtueel

...in cultuurbreedste zin

VIII - Jace van de Ven, 'Kroniek van Verlangen'

"Jace van de Ven (Leende, 1949) is (was; noot van de redactie) kunstredacteur bij het Brabants Dagblad en schreef talloze artikelen, recensies en columns. Publiceerde de verhalenbundel Bessen die mijn liefde was (1971) en de bundel Kroniek van verlangen (1984, ook vertolkt op het toneel), bij de Brandon Pers verschenen Mijn tragische ziekte en dood (1977) en Een dagje aan/op/in het water (1988). Ook aktief als toneelschrijver en akteur."

Bron: Waybackmachine, Tilburg Literair (1995)

Kroniek van verlangen

Hoe heette zij jouw eerste liefde? Was
Zij ook die afgodin? Ik koketteerde
Met haar op hoge tonen in mijn klas,
Maar zij wist niet dat ik haar zo begeerde.

Ook al mijn vrienden waren groen als gras.
Net zo pedant als ik deed, fantaseerden
Zij zelf hun lief. O dromen die en masse
In niet te stuiten honger culmineerden.

Hoe snel zijn wij elkaar en haar vergeten.
De droom vertoonde zich steeds verderop:
Na vrouw en kind, het geld, het lekker eten.

Maar elk geluk, als het al zo mag heten,
Is arm of vadsig bij de tijd waarop
Ik niet meer wist dan dat zij Anne heette.

Zij heette Anne en ik zag haar vaak
In onze stad waar zij stil en verlegen
Rondging. Nee, niemand sloeg haar aan de haak,
Maar ieder volgde wel gewiekst haar wegen.

Je groet alleen al leidde tot vermaak
Bij haar en alle moppentappers kregen
Haar lach, maar meer avances liepen spaak,
Een kusverzoek werd ronduit doodgezwegen.

Met wat voor vreemde helm werd zij geboren
Dat alle liefs dat bijna uitgegild werd,
Nooit de goede weg vond naar haar oren?

Maar juist daarom wist cupido te scoren;
Vanaf haar schouder schoot hij in het wild
Rondom. Zij werd door velen uitverkoren.

Anne is aanwezig op de plaatsen
Waar ik ben, al is Anne er niet.
Mijn stem komt als die van haar weerkaatsen
Als ik praat terwijl geen mens me ziet.

Anne, meisje, jij doet alles trillen
In mijn lijf. Mijn lichaam en mijn kop
Schreeuwen het uit en als ze verstillen
Plots, stijgt als een mist de weemoed op.

Alles in me is op hol geslagen.
Buiten me is alles jou. Jij spant,
Ontspant, vult en overvult mijn dagen.
Annelief, het leven staat in brand.


Uit: Kroniek van verlangen, 1984
Bron: Waybackmachine, Tilburg Literair (1995)