Tilburg Virtueel

...in cultuurbreedste zin

Een dag uit duizend-en-een: de lachende moslima


Het leek al zomer. De zon brandde door de voorruit van mijn volkswagenbus. Met de ramen open en U2's Bad asociaal hard de Ringbaan Noord nog meer gehoorvervuilend als te doen gebruikelijk, was ik op weg om mijn taak als gleuvenleger van TNT-Post te kwijten. Terwijl Bono zijn ego uitschreeuwde, dacht ik met bitter genoegen terug aan de protestactie van mijn collega's, die het geschonken doosje paaseitjes trots hadden geweigerd. Eén ons, niet uitzonderlijk gul, maar wel degelijk bitterchocolade. Hierover was op het hoofdkantoor allerhollandst nagedacht...

Enfin, de zon, de warmte in mijn cabine, het vooruitzicht van een nog warmer weekend, dat alles bracht mij in een soort xtc-roes: ik zong mijn longen met Bono mee uit het lijf, keek iedere collegaweggebruiker met mijn meest vriendelijke en opgetogen blik aan en ja, ik leek wel van iedereen te kunnen houden.


Tweehonderd meter voor de Hasseltrotonde stond ik stil. Voor mij tweehonderd meter auto, rechts voor mij nog eens tweehonderd meter blik. En naast mij een rode Renault. Twee volwassenen voorin, twee kinderen op de achterbank.
Het manneke links op de achterbank keek mij schielijk aan. Het meisje naast hem keek beleefd de andere kant op. Ik besloot mijn lach-of-ik-schiet-truc maar weer eens voor de dag te halen. Met mijn linker wijs- en middenvinger trok ik mijn oogleden naar beneden, daartussen met rechter wijsvinger mijn neusbrug omhoog duwend. Er verscheen, eerst wat verlegen, maar al gauw kinderlijk ontaardend, een brede grijns op 't gezicht van het ventje.

Voorin werd moeder het plezier van haar zoontje gewaar en ze zocht de oorzaak van dit geluk. Ze volgde de blik van haar zoontje, keek mij aan en lachte me met een brede tandenlach toe. Haar ogen schitterden plezier, waarop ik mijn lach-of-ik-schiet-gebaar onmiddellijk staakte. Ik voelde me toch een beetje belachelijk, haar zo met open neusgaten aankijkend.
De man achter het stuur was nu ook gealarmeerd en keek mij enigszins wantrouwend aan. Ik verwachtte nu spoedig een bestraffende, ayatolla-achtige imamblik in mijn richting. Niet menselijks is mij meer vreemd. Wilders vooroordelen beginnen ook mij te besmetten, realiseerde ik me.
Daarop inspecteerde de man de lach van zijn vrouw en keek vervolgens over zijn schouder naar zijn inmiddels schaterende kinderen. Vervolgens opnieuw in mijn richting, ik inmiddels guitig zwaaiend naar het gierende stel op de achterbank. Schuins keek ik naar de man: hij keek mij glimlachend, bijna dankbaar aan.

Moeder droeg een hoofddoekje, onmiskenbaar heftig islamitisch. Zij zou mij wellicht nooit de hand schudden. En in het onderwijs zal zij van onze eigen christelijke fundamentalisten en randpolitici wel nooit mogen werken. Maar naar mij lachen mocht ze wel...

Tilburg, Ringbaan Noord, 20 april 2009