Tilburg Virtueel

...in cultuurbreedste zin

Ruud Vreeman Arena

Ruud Vreeman Arena
Voor menig columnist is ironie een dankbaar stilistisch vehikel, waarmee hij de lezer het ene moment aan zich bindt, het andere moment zelfs vagelijk overtuigt om deze vervolgens in uiterste verwarring achter te laten.
Shoarma-is-döner-dan-kebab kent zijn pappenheimers. Zo schreef Theo Ilburg van webportal Zeg maar Theo eens in een mail “ik heb af en toe problemen met wat bij jou nu satire is en wat niet". Een groter compliment kun je als columnist niet krijgen: je roept vragen op en zelfs de mogelijkheid dat hier een ietwat verhelderend nadenken op volgt.
Kijk, en hier beginnen voor mij nu de problemen voor deze column. Want als zelfs een meester in de ironie het kaf niet meer van het koren weet te scheiden, hoe kan ik dan u als lezer er nog van overtuigen dat het prachtig zou zijn als het vermaledijde Adjetheater, het herrezen Miditheater moet worden omgedoopt in Ruud Vreeman Arena?

Spruit deze voor menigeen wellicht nog arbitraire naamsverandering voort uit een satirische beschouwing van een recente en alleszins onverkwikkelijke Tilburgse politieke nachtmerrie? Komt het voort uit ironische verwarring? Of erger nog, uit allerbitterst columnistencynisme? 

Op de eerste plaats stel ik vast dat we in Tilburg op de Heuvel een prachtig nieuw theater hebben. Tevens stel ik vast dat de hier aan verbonden kostenoverschrijding op Kamerschaal onmiskenbaar in het niet valt bij de 100 miljoen méérkosten van staatssecretaris Timmermans. Voor dat marinevaartuigje waarop de enig mogelijke voorstelling een verkeerde van zaken is. Om over dat ondergronds theater in Amsterdam maar helemaal te zwijgen.
Over zwijgen gesproken trouwens... 
Ok, de wijze van totstandkoming van wat ik nu nog maar even het Miditheater blijf noemen, was niet allemaal even verkwikkelijk. Spreken is zilver. En spreken kon ie, burgermeester Ruud Vreeman. Maar even spreekwoordelijk nam hij het vervolg ervan wat al te letterlijk, want zijn zwijgen werd hem op het gouden schaaltje van de democratie niet bepaald in dank afgenomen. Terecht overigens. Ook ik was daar boos over.
Woedend werd ik echter toen ik raadszaalbreed de triomfantelijke, rijk met krokodillentranen overgoten retoriek vernam, waarmee raadsleden hun diepe teleurstelling uitspraken over het gebeurde. Om Vreeman vervolgens, in de rug gedekt door een al even gretige als populismegevoelige lokale pers, via een motie met een twintigtal zich in onschuld wassende handen heen te zenden naar de Spinder van Tilburgs politieke geschiedenis. De Spinder, waar Vreeman ooit de Tilburgse Mall had willen doen verrijzen. Grieks-tragedischer kon het niet.

Ik herinner mij in dit verband nog dat ik als redacteur van ‘Another Brick In The Mall’ heb geprobeerd burgermeester Vreeman te verleiden tot een interview over alle perspectieven die de Mall Tilburg te bieden had. Het ging mij niet zozeer om de vragen en de antwoorden, maar veel meer om de metafoor waarin ik het interview wilde gieten. Die van de verpopulariseerde relatie tussen politiek en media: Ruud Vreeman die mij in een winkelwagentje rondreed op het beoogde Mallterrein, terwijl ik, niet al te gerieflijk in het winkelwagentje geperst, mijn vragen op hem afvuurde.
Hetzij zijn woordvoeder heeft hem voor deze in zijn ogen al te riskante oekaze behoed, hetzij mijn verzoek heeft burgermeester Vreeman nooit bereikt. Hij zou dit moeten betreuren want ik weet zeker dat – mijn eigen weddenschappen ten spijt – die Mall er zou zijn gekomen. En hij was dan ook nu nog burgermeester van Tilburg geweest.
Maar enfin, Ruud Vreeman was natuurlijk ook geen man van dit soort strapatsen. Ja, alom geroemd om zijn stugheid, dat wel. Wellicht een beetje naïef ook. Immers, voortdurend in de veronderstelling dat zijn - weliswaar enigszins buitensporige -  degelijkheid het zou winnen van plat populisme, mediaretoriek en opportunistisch partijgekibbel. 

Daarom zou het zo mooi zijn als, ondanks de weinig verkwikkende gebeurtenissen zowel in raad en college als tussen raad en college, deze zou kunnen worden overstegen door een daad van ultieme poldersymboliek. Door de rehabilitatie van een burgermeester die - ere wie ere toekomt – een prachtig theater heeft nagelaten: de Ruud Vreeman Arena.
Ruud Vreeman om de founding father te eren en Arena, om recht te doen aan de geschiedenis en aan de wijze waarop deze tot stand kwam. En ultiem symbolisch omdat de politiek haar geloofwaardigheid niet zo maar op dat gouden schaaltje van de democratie wordt teruggeschonken, maar omdat zij deze opnieuw moet verwerven en verdienen.  

Echter, ik vrees dat het nog te vroeg is. Ik ben bang dat de zittende raad nog niet in staat is tot een dergelijke heroïsche daad. Er zijn nog te veel pijntjes en kriebeltjes, de verkiezingen zijn in aantocht en de messen dienen opnieuw te worden geslepen. Bovendien, dankzij het nog steeds voortkabbelende post-Fortuynistisch geneuzel, lijkt mij een dergelijk voorstel in de nieuwe gemeenteraad al bij voorbaat kansloos.
Dus wellicht dat ik over een jaar of tien, wanneer ik zelf op het raadspluche zetel, alsnog met een voorstel van die strekking kom. Let wel: Ruud Vreeman Arena. Met een poldercompromis als Vreemanarena, waarbij een paar klemtonen noodzakelijkerwijs ergens anders komen te liggen, neem ik geen genoegen.
En geloof me. Bij veel, zo niet alle Tilburgers verschijnt een glimlach op de lippen als zij, wandelend en shoppend over de Heuvel, met glimmende oogjes en niet zonder enige trots opkijken naar de gevel van de Ruud Vreeman Arena

(Shoarma Is Döner Dan Kebab, 01-12-2009)