Tilburg Virtueel

...in cultuurbreedste zin

Dèh wel jèh, nèh niedan?!

Tsja, die Mallsmaakmakers maakten het mij ook niet gemakkelijk. Ik switchte steeds iedere dag opnieuw weer van vóór naar tegen. Was ik eeeeeindelijk tegen, dacht ik, komt die Provincie er zich weer tegenaan bemoeien. Eigenlijk ben ik een enorme opportunist. Niet leuk om je zelf daar voor de zoveelste keer op te moeten betrappen. Maar ik ben op die provincie - wellicht om iets andere moverende reden - net zo woedend als VVD-wethouder Joost Möller. Want dacht u nu werkelijk dat het Provinciaal Bestuur - vanuit de optiek van een structuurvisie - zich zorgen maakt over de Tilburgse binnenstad? Waar bemoeien die provincialen zich mee!?

De verontrusting van de middenstand in Brabantstad, Brabantrandstad en Brabantdorp over de komst van een Mall kon ik mij heel goed voorstellen. Zoals ik mij de zorgen kon voorstellen van die Tilburgse marktkramer die zijn handel naar de kloten zag gaan. (Alhoewel, wat die laatste betreft. Naar wat ik zag liggen in zijn kraam zou hij, zoals ik de vrije markt zie, weinig te vrezen hebben. Van zijn 'haute couture' zou je een Mall nou ook niet echt lang draaiend houden. Zijn vrouw had dat kennelijk al eerder door. Maar wellicht dat zij ook in de smiezen had dat haar eigen overbodig geworden Mall-inkopen na één modeseizoen goud zouden zijn in 's-mans kraam. Kopen blijft per slot van rekening vooruitzien. Maar dit terzijde.)

Niks op tegen ook dat de provinciale middenstand lobbiede bij de politieke middenstand om voor haar belangen op te komen. Deden boeren - met succes - al decennia lang. Maar dat het provinciale CDA zich dan vervolgens ging opwerpen als behoeder van ónze binnenstad. Wat was die hele Malldiscussie toch politiek verziekt. Het ging niet meer om argumenten, maar over politieke voorkeuren. Overal werd geroepen en geschreeuwd. De Mall was sowieso het speeltje van de PvdA geworden. Dus was je traditioneel PvdA-stemmer, dan behoorde je vóór de Mall te stemmen. Gelukkig ende helaas kende de PvdA steeds minder traditionele stemmers. Het CDA wrong zich zoals gewoonlijk in allerlei bochten. Als oppositiepartij was zij natuurlijk even opportunistisch tegen als opportunistisch voor. Zij moest dan ook van twee walletjes eten: van de kostverdieners op de markt als wel van hun shopverslaafde echtgenotes. Dus dan maar een Mall op een onmogelijke plaats. Ergens in het midden. Een beetje tussen goed en kwaad. Met natuurlijk een moreel appèl op ons consumenten om voorzichtig en vooral ethisch en verantwoord te consumeerderen.

Tsja, dan had je nog GroenLinks, de SP en de LST. De eerste twee zaten in een politieke spagaat. Enerzijds verheugde het mij om vast te stellen dat eindelijk de dualiteit tussen College en Raad opgeld deed. En verdomd: ik had respect  voor de wijze waarop wethouder Mevis - niet zonder risico - zijn nek uitstak om ondanks zijn eigen voorkeur, zijn rol als collegelid zuiver te houden. Maar dan nog. Waarom mocht een College niet vallen om zoiets zwaarwegends als de Mall?Ik denk omdat zowel het College als de Raad weten dat die Mall sowieso niet door zou gaan. Er was gewoon geen geld. De MDG kon haar eigen hypotheek niet meer opbrengen, de OVG probeerde de Mall over zichzelf heen te tillen, de tegenstanders van de Mall begonnen zo zoetjesaan écht goede argumenten te berde te brengen en de Provincie liet haar oren hangen naar haar CDA-achterban.Jezus, waarom ging ik op 4 juni nog naar die stembus? Moesten die kiezen-tussen-twee-van-de-zelfde-walletjes-verkiezingen van Utrecht en Eindhoven echt in Tilburg een hilarisch vervolg krijgen? Stemmen tegen de Mall betekende  dat ie er niet zou komen. Stemmen vóór de Mall betekende dat ie er ook niet zou komen. Maar dan wel met het gevolg dat de kiezer zich voor de zoveelste keer bedrogen zou voelen.

Ja, ik ben nu dus aanbeland bij de SP. Raadgewijs tégen de Mall, collegegewijs vóór de Mall, partijgewijs voor de stem van het volk. Niet écht een partij van de spagaat, maar ze wisten inmiddels wel dat die behoorlijk zeer kon doen. Ik stelde vast dat heel politiek Tilburg met de benen wijd lag. Als ik als IOC-lid namens de Nederlandse Atletiek Unie iemand had moeten afvaardigen voor de vrije oefening bij de Olympische Spelen in Londen, dan had ik het wel geweten: de gehele Tilburgse gemeenteraad. Goud verzekerd! Oohh... de LST was ik vergeten? Nee, die hield ik nog even buiten de ploeg, die kenden te weinig maat. Nee, ook liever nog niet in de jury. Het verschil tussen een spagaat en een driedubbele rechtse salto links overdwars zou hen zijn ontgaan. Maar dit terzijde.

Om kort te gaan, ik was bang dat de Tilburgse Mall slechts verliezers zou kennen.Hoe raar het nu ook klonk: als ik voetbal keek, was ik heel vaak vóór de verliezende partij (behalve als Barcelona voetbalde). Een idiote, haast masochistische makke van mij. Want meestal zat ik na 90 minuten te balen als een stier. (Ik genoot dus destijds: én het mooiste voetbal won, én Barcelona won!). En ook bij het referendum kreeg ik weer die masochistische sympathiegevoelens. Die idiote neiging om achter de zwakste partij te gaan staan. Zou ik nou verdomme toch weer vóór gaan stemmen? Provincie, dacht ik nog vlak voor ik mijn stem uitbracht, wij maken zélf wel uit wat goed voor ons is! Blijf verdomme met jullie rotpoten van onze rotbinnenstad af!