Tilburg Virtueel

...in cultuurbreedste zin

Fout
  • Fout bij het laden van feeddata
'Weemoed'
Een café om te huilen is het. Ik werk er sinds een paar maanden op maandagavond en elke keer heeft er wel iemand gehuild, meestal aan de bar. Voorafgegaan door soms een ruzie of een verliefdheid, maar meestal ook een aantal glazen jenever, stromen de tranen zo welig als in een uiensnijderij.

Wellicht ligt het aan het café. Het is met zijn wrakke meubilair en gebruind door echte rook de laatste gewone kroeg aan de Korte Heuvel in hartje Tilburg. De telefoon onder de trap heeft nog een draaischijf. Er hangt ergens een vergeeld document waarop met de hand geschreven is hoeveel wild (3998 stuks!) de jagers van de steenrijke fabrikantenfamilie Van Puyenbroek in 1939 op hun landgoed bij elkaar liet drijven om het vervolgens zelf af te schieten. De rest van het interieur is al net zo'n anachronisme in het met Chinees graniet gladgetrokken horeca-kerngebied als drijfjachten en textielbaronnen.

Bij de laatste brandveiligheidscontrole lukte het alleen door een stukje van de piepkleine bar af te zagen en het rek met whiskyflessen hoger te hangen om een vergunning te krijgen voor de aanwezigheid van 24 personen. Een aantal waarmee de uitbater content is; de versleten vloer en de barman zouden niet meer kunnen verdragen.

Het kan natuurlijk ook aan de cliëntèle liggen. Bestaande uit vooral dichters en andere artiesten zijn de meesten ex-, ambulant of toekomstig cliënt van de psychiatrische hulpverlening en/of verslavingszorg en worstelen ze in Weemoed vrijwel dagelijks met de zin van het bestaan.

Onlangs hebben de stamgasten de winkel aan de overkant plechtig uitgeluid; de laatste winkelier in het straatje die zijn zaak sloot, nota bene een slijterij, een goede vriend van allen. Zijn pand wordt omgetoverd tot een après-skihut met schuimparty's voor jolige studenten.

Ook bij deze gelegenheid stroomden de tranen rijkelijk. Misschien zagen ze in de lege etalageruiten hun eigen toekomst weerspiegeld; ze zullen ooit moeten verkassen, want hun huiskamer is nu geheel omgeven door etablissementen die onderdeel zijn van een landelijke of zelfs internationale horecaketen met overal dezelfde marketing. 

Binnen niet al te lange tijd zal zo'n grote jongen een miljoen of zo neertellen voor het Weemoedpand. Om daarna met nog eens een miljoen elke vierkante meter van zolder tot en met kelder vol te proppen met concept-horeca. Dat valt met de huidige 24 klanten niet terug te verdienen, hoezeer die ook hun best doen.

In aangrenzende zaken zijn sommigen van hen, die zich in de deur vergisten, al geweigerd. Ze zijn te oud, ze hebben de foute schoenen aan, ze vallen buiten de doelgroep. Reden genoeg om alvast af en toe wat te huilen. Hen rest straks slechts weemoed. 

Volkskrant, Zjef Naaijkens, Tilburg, 16 augustus 2001