Tilburg Virtueel

...in cultuurbreedste zin

Fout
  • Fout bij het laden van feeddata
My Second Life: café Weemoed als virtuele beleving

Het was even zoeken, maar eindelijk lijkt er in de verte iets op te doemen dat de Heuvelse Kerk zou kunnen zijn. Mijn eerdere vermoeden dat de hoge toren rechts Westpoint is en die andere, oostelijker gelegen toren Interpolis, lijkt te worden bewaarheid. 

Onder mij zie ik gebouwen, bomen, groenstroken en straten die ik nog niet kan thuisbrengen. Maar mooi is het wel. In de verte hoor ik de klokken van pastoor Schilder.
Plotseling wordt mijn vlucht gestuit. Ik bots met mijn hoofd tegen een transparante muur. Ik slaag een juichkreet: dit is Tilburg…! Want ik moet zijn gestuit op de sim van het Pieter Vreedeplein. Geen toegang natuurlijk, omdat projectontwikkelaars onverlaten zoals ik natuurlijk nog geen toegang tot hun winstgevende prims verlenen.

Voorzichtig manoeuvreer ik langs de rode markeerlijnen. Op zoek naar een opening, op zoek naar het begin van mijn virtuele beleving: de Korte Heuvel.
Gelukkig blijkt het mogelijk om mij tussen de twee spitsen van de Heuvelse Kerk door te manoeuvreren en zie ik onder mij de contouren van wat ontegenzeggelijk de voormalige praktijkwoning van dokter Tamineau is.
Ik besluit mijn vlucht hier te beëindigen, land pijnloos met een bons op het dak en krabbel overeind. De houterigheid van mijn bewegingen wijt ik aan weblag.
Ik weiger het om mijzelf te zien als degene die ik in werkelijkheid ben. Hier ben ik mijn zelfgeschapen droom. Jong, energiek en - gezien de hier voor mannen beperkte gratis voorraad skins en bodies - niet overdreven onaantrekkelijk. En niet in de laatste plaats, méér dan welgeschapen. Al zou het wellicht niet misstaan om wat vaker het naaktstrand op te zoeken om de tint van deze welgeschapenheid in overeenstemming te brengen met mijn gebruinde skin. 
Ik kijk naar beneden en zie her en der Tilburgse avatars opduiken. Opvallend veel uitdagend schaars geklede vrouwen. Dit geeft mij de nodige moed om mijn reis met gepast enthousiasme voort te zetten. Ik loop naar de dakrand en spring de Korte Heuvel op. De landing is wederom pijnloos. Een man kijkt mij verdwaasd en vervolgens bewonderend aan. Of was het andersom? In deze wereld ben je nergens zeker van. Alles lijkt schijn en naar ik pas veel later gewaar wordt, alles blijkt schijn.

De man oogt eerst nog grijs. Hij is kennelijk nog niet helemaal gerezzed. Langzaam komt hij echter tot virtueel leven: blond en een stoppelbaardig, klam gelaat. Zichtbaar getekend door de geneugten van virtuele drugs. In het chatvenster mompelt hij met smekende blik: “Hedde gij unneneuro vur mèn?”. Ik waan mijzelf miljonair en geef hem 1000$L. Daarmee moet hij het hier minstens een week kunnen uithouden… 

 Al gauw heb ik meer oog voor de vele heupwiegende erotische typetjes die de Korte Heuvel bevolken. Het was mij al eerder opgevallen: aanzienlijk meer vrouwen in deze virtuele wereld dan in mijn vorig leven. Hebben vrouwen meer fantasie? Of hebben zij meer dromen nodig?
Een paar meter verderop staat een te nadrukkelijk opgemaakte man in een strakke roze satijnen broek wat schokkerig te heupwiegen. Ik had hem hier niet verwacht. Toch eerder in de Stadhuisstraat. Niet ver van hem staan twee Jansen & Jansen-types, in lange regenjas en met gleufhoed. Ik stel vast dat het om een lokhomo moet gaan en loop veiligheidshalve met een grote boog om hem heen. Jansen & Janssen kijken mij schuins vanonder de gleufhoeden na. Zij leven van wantrouwen. 

Het is in vijf minuten donker geworden. Ik schat in dat het virtueel om en nabij 11.15 pm PDT is. Met mijn inderhaast aangekoppelde male-walking-hud stap ik supermannelijk over de Korte Heuvel in de richting van de St. Josephstraat. Ik wil weten of de Juliabar er nog is.

Ik start Anylyns Radar om te kunnen zien welke avatars er zich nog meer in mijn omgeving bevinden. Missbehavin Neva, een ongelooflijk uitdagende verschijning, bevindt zich op 21 meter. Klee Enoch , niet minder wulps, op 35 meter. En, nadat ik mij heb omgedraaid, een schalks glimlachende ShyAnne Redgrave, die tot mijn schrik nauwelijks een halve meter achter me staat. Ik probeer terug te glimlachen, maar ik kan de juiste gesture niet vinden in mijn Inventory. Deze moet ik nodig eens op orde brengen.
De overige avatars bevinden zich ongetwijfeld in de rondom aaneen geschaarde cafés en restaurants. Voor mij onzichtbaar, tenzij ik met mijn camera door de muren heen zou gluren. Ik kan de neiging nauwelijks onderdrukken, maar zelfbeheersing controleert mij ook hier. Zelfbeheersing is een kostbaar goed in deze potentieel oh zo natte droom.


Ik arriveer bij wat eens de Juliabar was. Op het raam staat met nostalgische letters geschreven: ‘Weemoed’.
Aarzelend, mijn male-wal-hud blijft overigens even stoer, stap ik het terras op. Links en rechts gasten begroetend met ‘Hi’ en ‘I am so sorry I bumped you’. De wederkerige Hi‘s en No problem’s zijn niet van de lucht. Zelfs een Ohhh no problem, I liked it…! verschijnt in mijn chatvenster. Ik had niet gedacht dat ik hier zo populair was. Ik sla er geen acht op. Ik wil naar binnen. 

Binnen is het vol. Bij de ingang staat een weerzinwekkende griezel met een enorm lid mij vunzig aan te staren. “Huh?”, roep ik uit en direct daarop verdwijnt hij de lucht in, een spoor van virtuele bubbels achterlatend. Kennelijk verwijderd door de virtuele uitbater achter de bar: blond, vrolijk ogend en een grijns van oor tot oor. George Beaumont, zie ik in oranje letters boven zijn hoofd.
Ik loop naar de bar. In het uiterste linkerhoekje van de bar zit een wazig kijkende Thieu Rotaru. Zijn hoofd op de schouder van een lotgenoot. Rechts aan de bar zie ik Susanti Brook, omgeven door een schare lachende avatars. Ze lijkt het middelpunt. Druk pratend en drinkend en af en toe dubbele kinnen makend. Haar omgeving schatert.
Ik draai me om en zie hoe vóór in het café een band begint te spelen. Ik kan de namen van een paar bandleden nog net onderscheiden voor ze weer in het niets verdwijnen: de grote dikkerd, Long Tall Peter Mase, de slungelige Pierre Le Grave, een langbehaarde Freak Felix en Henri Coucou die blijkbaar én kan blazen en glimlachen tegelijk. Ze spelen niet onverdienstelijk. Kennelijk is de hele meute dezelfde mening toegedaan, want het deinst en host dat het een lieve lust is. Ik draai me weer om. Ik ben hier niet voor de muziek.
Aan de wand hangen allerlei affiches. Eén ervan springt direct in het oog: 

STICHTINSTRAAT 
ST. JOSEPHSTRAAT
architectuur als beleving
DE VERBINDING

Onder het affiche aan de hangtafel zit een figuur in een lichtblauw spijkerjasje. Duidelijk gekocht in de One Dollar Mall. Boven zijn hoofd lees ik in de bekende oranje letters Berry Oldheusee. Hij kijkt mij grijnzend aan, neemt een slok uit zijn glas en zegt: “Ja, Tilbo, het was een hoop gedoe, maar in second life is toch veel meer mogelijk dan met al dat geploeter en gezeur om geld in real life.”

De muziek stopt, het café verstomd. De overige gasten kijken gespannen toe. George Beaumont is van achter de bar vandaan gekomen, alert op iedere verstoring van de virtuele vrede die deze wereld beheerst. “Tsja”, voegt Berry er met satanisch genoegen aan toe, “lullig voor jou, maar de website van de StichtingStraat is overbodig geworden. Ik ben hier nu architect, aannemer, bouwvakker en, ja, dat had je niet gedacht hè, zelfs projectontwikkelaar geworden.” Hij grijnst nog eens, die typische gesture die alleen de scripters in deze virtuele wereld ons avatars eigen kunnen maken...
Ik beweeg mijn muis naar de linkerbovenhoek van mijn scherm en klik op ‘Quit’…

Shoarma is Döner dan Kebab